|
|
U kent vast wel de ervaring die ontstaat wanneer u door een prachtige oude wijk loopt en tot uw ontsteltenis "struikelt" over een wanstaltige betonnen blokkendoos die midden tussen de 18e en 19e eeuwse panden staat. Indien u dit een prettige ervaring vindt, nodig ik u van harte uit eens een bezoek aan het centrum van Den Haag te brengen. Ik verzeker u, u geniet!
Nu wil ik beginnen te zeggen dat ik helemaal niets tegen moderne architectuur heb. Integendeel, het overkomt me regelmatig dat ik er zelfs bewondering voor koester. Zo vind ik bijvoorbeeld ons nieuwe stadhuis aan het Spui op zichzelf een mooi gebouw. Het ademt ruimte en licht, een aangename ervaring als je daarbinnen bent.

Ook het nieuwe Ministerie van VROM is een verrassend gebouw, met binnentuinen in de gigantische hal.
Maar stelt u zich nu eens een Rembrandt voor in een minimalistisch interieur of een Barnard Newman in een Rococo interieur en u begrijpt dat niet alleen het kunstwerk zélf van belang is, maar minstens zo belangrijk is de omgeving waarin het kunstwerk tot z'n recht moet komen.
Dit geldt misschien wel á forteriori voor architectuur, dat immers beeldbepalend voor een stadsdeel is, voor de leefomgeving van mensen. Zo is bijvoorbeeld de aanwezigheid van "het strijkijzer", een appartemententoren van 130 meter hoog, aan het Rijswijkseplein een dominant beeldelement geworden. Er staan ook een paar prachtige panden op de hoek met het Huygenspark waar een advocatenkantoor in is gevestigd, maar ieders ogen worden als door een magneet naar die kolossale toren getrokken….


Nu zie ik mijzelf allerminst als de Einstein van de architectuur of de stadsplanologie, dus ga ik ervan uit dat de hofstedelijke stadsplanologen ook vervuld zijn van bovenbeschreven inzicht en ervaring. Maar óf mijn perceptie van de opleiding tot stadsplanoloog is geheel verkeerd, óf men laat dit werk in de praktijk door stagiaires uitvoeren, want hoe anders valt het huidige aanzicht van de Haagse binnenstad te verklaren? Een caleidoscoop van oude statige panden geflankeerd door hypermoderne, strak vormgegeven stadsvernieuwing. Enige visie lijkt volstrekt te ontbreken.
Niet zelden zijn deze stadsvernieuwingen ook nog prestigeprojecten van een of andere wethouder, die hier soms jarenlang met een weerspannige gemeenteraad over van gedachten wisselt.
Van wat voor inzicht of missie dergelijke bewindslieden vervuld zijn stelt mij al jaren voor raadsels. Tenzij het misschien is dat een persoonlijk monument meer opvalt in een contrasterende omgeving? Zo kan iedere wethouder ruimtelijke ordening na 4 jaar in elk geval trots zijn op een 'aanwijsbaar stukje beleid', de Haagse bevolking natuurlijk uitzinnig van vreugde achterlatend…
Olaf van 't Veer
|